slideshow
Logo Historische Kring DalfsenTrefkoele+, Ruigedoornstraat 108, 7721 BR Dalfsen
0529-436611, info@historischekringdalfsen.nl



Columns Oprechte Dalfser Courant







Expo Jan Willem Brinkman en auteurs-/portretrecht   augustus 2018

In de Trefkoele+ is de expo te zien omtrent de vele facetten van het werk van Jan Willem Brinkman. Zoals bekend is Jan Willem in mei 2017 plotseling overleden. Hij heeft heel veel betekend voor de Historische Kring Dalfsen. Deze expo geeft een klein overzicht van zijn vele werk.
Hij was een vakman op het gebied van foto’s maken en of bewerken.
Hij heeft veel presentaties verzorgd voor de bewoners van woonzorgcentrum Rosengaerde waar we nog steeds profijt van hebben. Hij was er op tijd bij wanneer een gebouw gesloopt werd. Zo heeft hij veel foto’s gemaakt van gebouwen die al dan niet moesten wijken voor de aanpassing van de Hessenweg. Aan de fotogalerij van huisartsen in de Groepspraktijk Huisartsen Dalfsen heeft Jan Willem veel zorg besteed. Ook bekend is het kaartspel van de Jumbo-actie met afbeeldingen van bekende gebouwen in Dalfsen.








Een van de allermooiste foto’s (een juweeltje) is het moment dat na een enorme hoosbui de van Lentestraat blank stond en er ineens een zeilboot voorbij kwam. Jan Willem was er op tijd bij met de camera om dit tafereel vast te leggen.
De expo is te zien tijdens de openingsuren van de Trefkoele+ in de Oranjehal.
 



Nu we te maken krijgen met de AVG (de Privacy-wet, hier volgt later meer over) is er veel aandacht op het gebied van auteursrecht en portretrecht, en de hoge boetes die inmiddels zijn uitgedeeld. De Historische Kring Dalfsen heeft moeten besluiten om diverse foto’s van haar website te halen. Op Mijn Stad Mijn Dorp bij het HCO in Zwolle, zijn tijdelijk alle foto’s niet meer te zien. We hebben heel veel foto’s waarvan we niet weten of er mensen zijn die daar rechten op kunnen laten gelden.
We kunnen als HKD geen enkel risico lopen. Wanneer er vanaf nu mensen zijn die foto’s schenken aan ons moeten zij er volledig afstand van doen en dat zwart-op-wit bevestigen.
 
Gerard Haarman  werkgroep Digitalisering.
 

Fietsen   Juli 2018
 
Onze gemeente Dalfsen is een echte fietsgemeente. Kilometers aan mooie fietspaden hebben we voorhanden met daarbij nog allerlei landelijke weggetjes. Je kunt alle kanten op en met de verschillende fietsroutes verdwaal je ook niet gauw. Langs de wegen staan mooie rijen dikke eikenbomen die de wegen een echte laanstructuur geven en op deze zonnige zomerdagen zorgen voor de broodnodige schaduw. Lommerrijke wegen zogezegd.
Dat is niet altijd zo geweest. Vlak na de Tweede Wereldoorlog waren de meeste wegen in het buitengebied nog onverhard. 's Zomers mul en 's winters modderig. Langs de zijkant van de weg lag een smal sintelpaadje voor de fietsers maar bij nat weer met veel modder reden daar de auto's en karren ook overheen dus dat was dan behelpen. Voor bezorgers en venters, vaak op transportfietsen, artsen, wijkverpleegsters en veeartsen was het vaak een uitdaging om de mensen te bereiken. In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw begon dan eindelijk de verharding van de wegen in het buitengebied. Dat was een uitkomst. Toen begon ook het fietsen als vrijetijdsbesteding, niet meer alleen op de doorgaande wegen maar nu overal in de gemeente. Langs de nieuw verharde wegen waren bijna overal jonge eikenboompjes geplant. Toch was het landschap nog een stuk kaler dan nu. In Nieuwleusen kon je nog op verschillende plekken de Lemelerberg zien. Dat kan nu niet meer. De eikenboompjes zijn flink gegroeid. Het was een goede investering destijds waar we nu nog veel plezier aan beleven. De eikenprocessierups nemen we maar even voor lief.  En, verbeeld ik me dat nou? Het lijkt wel of ons landschap elk jaar mooier wordt.
 
Willie van Oenen   Historische werkgroep Oudleusen



Proaten in de moedertaal   Juni 2018
 
Sprek ie ’t nog? De moedertaal van heel völle van oons? Oons mooie Sallandse dialect? Verstoan det giet vaste nog wè. Mar echt voluut die taal gebruken tegen iemand die ’t goed kan verstoan of zelf sprekt? Ik wete wel zeker det  d’r steeds minder Dalfsenaren en Sallanders bint die det doet. Wat luu schaamt zich d’r zelfs veur um die moedertaal te gebruken. Det is dan toch ärgens zielig volk. Niet wullen weten woar ie vandan komt. Kump det niet wullen van niet trots wèèn?  Of is det bange wèèn det ‘t ’n bettie minderwaardig evönn wördt? Det gevuul van minderwaardigheid, det kö j not zomar votproaten, det wul niet met gevuul. Mar onzin blef ’t wel. An elke Limburger kun ie heuren det die uut ’t zuuden kump. Mooi toch? Det Frans Timmermans, oonze EU-commissaris, accentlozer Engels sprekt dan Nederlands, doar mak toch gien Hagenees of Limburger ’n punt van? Frans zölf temensen niet. Hie giet d’r juust greuts op. ’t Is iets eigens.
Waorumme bint Tukkers meer met eer dialect bezig dan wie luu in Salland? Det hef d’r toch ok met te maken det luu uut Twente zich meer verbunden vuult met eer eigen streke? Doar draaft ze mangs wel met deur, dan liekt ’t wè of zie zich ofzet teeng andere streken as Salland, de Kop van Oaveriessel en de Achterhoek. ’t Hef d’r dach ik deels met te maken det ‘t  Twents machtig goeie boegbeelden, veurmannen dus, hef, zoas Herman Finkers, wijlen Willem Wilmink, Anne van der Meiden en André Manuel. En de Achterhoek hef Normaal. Hebbe wie det soort dan helemoale niet? Ho is èèm, wat dach ie van Ilse Warringa? Kiek en luuster mar noar de Grote Markt 30 oflèveringen op rtvoost. En wie in Dalfsen hebt dominee Schipper en let op, Jopie kump d’r an! D’r bint d’r nog wè wat die d’r wat an doet.
Det kö’j ‘bepoald niet zeggen van alle vriejetiedsondernemmers bie oons in de buurte. Wie in Dalfsen giet fietsen kump mangs ’n weurtie Sallands teeng. Mar vandage an ’n dag nog vaker Engelse woarden. Zoas Lodgepark (’n veltie met ingerichte tuunhuusies veur vekaansiegangers), Resort (’n camping um ’t op zien engels te zeggen) en Mixed Hockeyclub (veur jong en oald? J/M?, M/V? ok LHBT?). Nee, geef mie dan mar ’t Olde Station of Jopies Gruune Wereld. Doar kö’j vaste trechte in de moedertaal. Die wördt thuus deur zat mèènsen nog esprökken. Mar zat is in dit geval niet genog.  Bie de HKD kunt wie gien mèènsen bie de dialectwarkgroep meer kriegen. Is det ollemaol arg? Joa, det is ’t wel eigenluk. Want dan giet cultuur verleuren en det kump niet weer terugge. Taal heurt tut ’t DNA van iedere plaatse, dus ok van Dalfsen
Tweetaligheid, doar bin ik ’n groot veurstander van. Mar loat det niet allenig mar Engels en Algemeen Beschaafd Nederlands (?) wèèn. Want dan giet ’t oaver 100 joar met det ABN net zoas met oons dialect noe. Doar kö’j op wachten. Of niet natuurluk. In de toekomst kieken is alleent veur mèènsen die met de helm op geboaren bint.
 
Jan Sibelt   'Dalser' dialect     Historische Kring Dalfsen



Column   mei 2018

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we alle oorlogsslachtoffers. Het jaar 2018 heeft als thema "Jaar van verzet". Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de rechtstaat buiten werking gesteld. Er was sprake van willekeur, vervolging, terreur en moord. Verreweg de meeste mensen probeerden er het beste van te maken en gingen zoveel mogelijk door met hun dagelijks leven. Een kleine groep kwam in verzet. Kwam op voor de rechten van anderen. Verzette zich tegen onrecht en onrechtvaardigheid. In samenwerking met het 4 mei comité Ommen en het historisch tijdschrift 'De Darde Klokke' deze week een verhaal over het thema 2018 "Jaar van verzet".

"Zonder hoop en verzet geen verandering"

 
Stille getuigen…
 
"Een bijbeltje met bloed en een portemonnee met een oranje lintje. Het zijn de stille getuigen van een moord op 17 november 1944. Het slachtoffer was mijn vader Jan Houtman. Hij zat in het verzet en werd, tijdens zijn vlucht, door Bikker op een brute wijze vermoord. Ik ben geboren in augustus 1943 en was te klein om me hem te herinneren. Wel heb ik veel over hem gehoord en gelezen. Eerst door de verhalen van mijn moeder en later ook door over hem te lezen. Ik kreeg, toen ik een jaar of acht was, een doos met als opschrift "Herinneringen aan je papa". Daarin zaten brieven, oude persoonsbewijzen, oorkondes en nog veel meer. Als kind heb je daar nog niet zoveel belangstelling voor. Je kijkt er wel eens naar, maar het zegt je zo weinig. Wat ik me wel goed herinner is het feit dat mijn moeder erg overstuur was van het bericht, dat zeven oorlogsmisdadigers ontsnapten uit de gevangenis in Breda. Dit gebeurde eind december 1952. Onder hen Bikker, de man die mijn vader had vermoord. Daarna gaat je leven weer verder. Ik volg een opleiding, krijg een baan. Ik trouw en krijg kinderen en dan ineens rond je veertigste loopt het spaak. Ik denk dat ik heel veel dingen heb weggestopt. Je krijgt het advies om meer over je vader te weten te komen en dat advies heb ik opgevolgd. Zo kreeg ik daardoor een illegaliteitsrapport in handen waarin stond wat mijn vader zoal had gedaan. Het begon met de verspreiding van Trouw. Daarnaast maakte hij de foto's voor persoonsbewijzen voor onderduikers, joden en piloten. Deze laatsten waren ook bij ons ondergedoken. Verder maakte hij vanaf juni 1944 het krantje De Berichtgever. Hierin stonden de meldingen die via de Engelse zender werden opgevangen. Ook heeft hij meegeholpen met overvallen in Dalfsen en Hardenberg. Wat ik heel erg jammer vind is dat er nergens een foto is van hem met mij samen. Ik sta wel op de foto met de ondergedoken piloten maar niet met mijn vader.
Heel veel informatie heb ik gekregen tijdens het proces tegen Bikker. Het was een overwinning op mezelf om bij een groot deel van dit proces aanwezig te zijn. Tijdens dit proces in Duitsland, heb ik details gehoord die me erg hebben geschokt. Jammer genoeg hebben ze Bikker niet veroordeeld gekregen. Het proces moest worden gestopt vanwege zijn gezondheid. Het erge is dat hij nooit één moment spijt heeft betoond. Hij is ontsnapt aan levenslang, ik niet.
Waarom nu juist een stukje over mijn vader. Er zijn ontelbaar veel kinderen, zoals ik, waarvan de vader of moeder ook in het verzet zaten. Die ook een vader of moeder hebben moeten missen. Misschien door de aandacht die er tijdens het proces Bikker is geweest? Ik weet het niet. Wel weet ik dat alles grote invloed heeft gehad op mijn leven, dat van mijn man en van onze kinderen, in positieve maar ook in negatieve zin".
 
Tjitske Houtman

 
Documentatie '39-'45  Henk Makkinga



Zoekt en gij zult vinden.  April 2018

Deze aanmaning is van toepassing op een groot deel van de nieuwe Rondom Dalfsen. Voor een vereniging als de Historische Kring Dalfsen is het zelfs een kernactiviteit.
Zo vond Wim van Lenthe bij de familie Pierik aan de Maneweg een doos met papieren (deftig is: bescheiden), die betrekking hebben op het huis waar deze familie woont, Erve Olthuis. Natuurlijk zocht Wim dit verder uit en haalde van alles boven water over aankoop, bezit en de bewoners van dit oude erf.
Het zoeken op de Vennenberg naar slachtoffers van de ramp met de neergeschoten/ neergestorte Engelse Lancaster bommenwerper (de grootste vliegramp uit de historie van de gemeente Dalfsen) duurde wel en niet lang. Meteen werden er 6 lichamen gevonden van, voor het merendeel, zeer jonge Engelse soldaten. Het verhaal ging dat het zevende bemanningslid ontsnapt was. Maar een aantal weken later werd zijn stoffelijk overschot toch in de buurt van de Vennenberg gevonden. Wie regelmatig, bijvoorbeeld tijdens de dodenherdenking op 4 mei, op de begraafplaats aan de Ruitenborghweg langs de oorlogsgraven loopt, herkent wellicht de namen:  Ellis, Rollings, McClennan, Williams, Le Page, Browne en Ellis. Namen om te onthouden. Het fraaie artikel van Stefan Hendriks helpt daar zeker bij.
Dat vroeger alles beter was is misschien een motto voor knorrepotten en pechvogels. Wie het verhaal leest over de historie van de Heilig Hartschool in Lemelerveld weet dat dit in het onderwijs zeker niet over de hele linie opgaat. Niettemin bewaar ik er bijna alleen maar goede herinneringen aan, ondanks hier en daar een tikje. Een jongensschool kende vroeger zo zijn eigen dynamiek.
Er staan in deze aflevering prachtige foto’s. Onder meer van een schilderij waarop Ida de Liefde-Mars staat afgebeeld. Vervaardigd door haar schoonzoon Frans Hazeveld. Daarnaast van een gebrandschilderd raam van de kerk in ’s Heerenberg met daarin, verrassend, het wapen van de (oude) gemeente Dalfsen, ter nagedachtenis aan Jan IJsbrand Galama. Hij is omgebracht in de oorlog en was in de periode 1926-1931 pastoor in Dalfsen. Wellicht de mooiste foto is die van de aanleg van riolering in de Ruitenborghstraat. De uitdrukking “an de schuppe stoan” wordt letterlijk in beeld gebracht. Uiteraard staan er ook toezichthouders bij.
De RD is verkrijgbaar bij het Historisch Centrum Ab Goutbeek Dalfsen, bij de The Read Shop en Primera Jansen in Dalfsen en ook bij supermarkt Wennemars in Oudleusen.
 
Namens de redactie: Jan Sibelt





Genealogie.  Maart 2018

Verschillende projecten heeft de werkgroep al volbracht in de afgelopen jaren, zoals het binnenhalen van alle geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten van Dalfser bewoners van 1811 tot en met 1938, deze zijn in te zien in de computers in het Centrum. Ook de akten van Heino en Nieuwleusen.
Het Bevolkingsregister project is bijna volbracht na 4 jaar. Hiervoor zijn 85 boeken gefotografeerd bij het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle. Alle genoemde personen op de bladzijdenfoto’s zijn in Excel ingebracht via het toetsenbord door vrijwilligers en doordat het ingebracht is in Excel kan men door een naam op te geven inschrijvingen in het Bevolkingsregister vinden van personen en gezinnen met verhuizingen, vaak vermeld met beroep en huisnummers. Ook boeken van vertrokken en ingekomen personen vaak seizoensarbeiders op boerderijen die in het voorjaar kwamen en in het najaar vertrokken. De gezinskaarten van Dalfser bewoners geven veel informatie. Dit Bevolkingsregister zal over een paar maanden compleet zijn en ook in te zien zijn in de computers in het Centrum in de Trefkoele+.
Drie vrijwilligers van onze werkgroep zijn reeds begonnen met een nieuw project namelijk de huisnummers, deze worden uit de akten gehaald. Op deze manier hopen we over enige tijd een bestand te gaan krijgen met huisnummers maar om dit compleet te krijgen zullen we de vrijwilligers die we hebben hard nodig hebben want dit is een enorme klus. Wat zijn we blij met alle vrijwillgers die elke week weer aanwezig zijn, inzet tonen, enthousiast zijn en prachtige verhalen hebben van vroeger tijdens het koffie drinken want er wordt niet alleen gewerkt.
Ook is een aantal vrijwilligers actief met het scannen van allerlei familieberichten. Zoals rouwkaarten, dankbetuigingen, trouwkaarten, bidprentjes en advertenties van rouw en trouw.
Doordat tegenwoordig alles gedigitaliseerd wordt wat natuurlijk wel van deze tijd is en alle werkgroepen ondersteund worden door de geduldige mensen van de werkgroep Digitalisering lukt het alle vrijwilligers om met de computers en scanners overweg te kunnen.
De Dalfser Courant wil ik u nog even onder de aandacht brengen, deze is digitaal aanwezig vanaf 1891 met uitzondering van 3 oorlogsjaren. Hierin was onlangs een Dalfsenaar aan het zoeken naar een familiebedrijf en vond prachtige oude advertenties van zijn voorouders aangevuld met foto’s uit het fotoarchief.
Werkgroep Genealogie is aanwezig op maandag- en vrijdagmorgen van 9.30-12.00 en donderdagmiddag van 13.30-16.00 uur.
Werkgroep Genealogie.




Kerkhof zonder namen.  Februari 2018

Tot 1821 worden de Hoonhorster overledenen begraven op het kerkhof rond de Grote kerk ( voormalig Katholieke) kerk in Dalfsen.
Antonius Bouwhuis, boer op ’t Erve de Hoonhorst” in Lenthe schenkt de grond voor het 1e Rooms-Katholieke kerkhof in deze streek. De eerste overledene die hier wordt begraven is Wilhelmus van der Vegte. 
Niet alleen overledenen rond Hoonhorst worden hier begraven. Geestelijken uit Zwolle en personen “van stand” bepaalden in hun testament hier begraven te willen worden. Ook katholieken uit de gemeente Dalfsen en uit naburige gemeenten vonden hier een laatste rustplaats.
In het midden van de 30-er jaren van de vorige eeuw werd het tegenwoordige padenpatroon aangelegd door leden van de Jonge Boerenbond.
Op het kerkhof stond een mooie Calvariegroep; een groot kruis met corpus en daarnaast beelden van Maria en Johannes. Deze groep komt uit Zwillbrock, net over de grens met Duitsland bij Groenlo. Deze groep staat in de kerk.
Begin 1962 zijn 12 graven geruimd en de stoffelijke resten herbegraven. Dit moest om ruimte te maken voor de bouw van de tegenwoordige kerk.
In 1968 is het kerkhof gerenoveerd. Er zijn toen verschillende graven geruimd. Ook 2 kastanjebomen met daaronder de Calvariegroep, waarbij het kruis is gesneuveld. In de plaats daarvan kwam een houten kruis met daarvoor een priestergraf met de stoffelijke resten van 5 voorgangers van de parochie. Het kwam voor het baarhuisje te staan. In de muur zat een nis met daarin de piëta die nu in de kerk staat. Later werd er een corpus op het kruis geplaatst met daaronder beelden van Maria en Johannes.
In 2003 is het monument ter nagedachtenis aan de in het verleden naamloos begraven kinderen geplaatst. Het symboliseert het geloof dat deze kinderen in de vrede van God zijn. 
In 1985 is de bij het kerkhof horende aula in gebruik genomen.

Werkgroep Hoonhorst




Afscheid.   Januari 2018

Ruim 15 jaar voorzitter van het bestuur van de Historische Kring Dalfsen, eens komt een einde aan je activiteiten en zeker als de 8 kruisjes over enkele weken in zicht komen, het was ook mijn laatste activiteit. Het was een boeiende periode in een bijzondere vereniging. Bijna 16 jaar geleden werd ik benaderd door Jan Sievers met de opmerking dat de Historische Kring een voorzitter nodig had, minder historisch maar meer organisatorisch. Jan was zelf toen coördinator van de Werkgroep 39-45 en zetelde in een kamertje op de bovenverdieping van het voormalige Gemeentehuis aan het van Bruggenplein. Daar was eveneens het gemeentelijk fotoarchief ondergebracht beheerd door Jan Rosink, dat inmiddels geheel is geïntegreerd in het archief van de werkgroep Foto- en beeldmateriaal en met nog steeds als coördinator Jan Rosink. Andere werkgroepen waren in woonkamers actief of ten huize van Ab Goutbeek waar ook de periodiek Rondom Dalfsen verzendklaar werd gemaakt.
Ik had net enkele andere bestuurlijke activiteiten beëindigd dus ik vroeg bedenktijd. Na een half jaartje ja gezegd en in een daarvoor apart belegde vergadering werd ik gekozen tot voorzitter van de Historische kring en Ab Goutbeek werd Vice voorzitter. Een goed team. Ab was ooit de eerste Dalfsenaar die ik in 1958 kennen leerde terwijl ik toen nog niet wist dat ik 3 jaar later in Dalfsen zou komen wonen en nooit meer weg zou gaan.
Gesprekken met de gemeente met toenmalig wethouder Jan Ophof volgden en die waren soms flink stevig. Het voorstel van Ophof om de vrijgekomen ruimte in het Beatrixgebouw, door vertrek van de Kringloopwinkel naar het industrieterrein, nu Noggus en Noggus, hebben wij toen graag aanvaard per 1 september 2003. Na een flinke opknapbeurt en enkele verbouwingen mocht ik op 1 mei 2004 samen met wethouder Diny Laarman het eerste Historisch Centrum van de Historische Kring Dalfsen officieel openen. Het werd een bloeiende periode van 10 op één volgende jaren.
De werkgroepen ontmoeten nu elkaar en de belangstelling nam toe en ontstond er onder de bijna 100 vrijwilligers het wij gevoel. Naast de historische activiteiten had dat ook een sociale functie.
Toch bleef er nog de wens om wat meer museaals te doen en liefst in het centrum van Dalfsen zodat Dalfsen ook voor de bezoeker van Dalfsen wat historisch te bieden had. Inmiddels had de Historische Kring Dalfsen het toch wel bijzondere Schildersmuseum Meesters geschonken gekregen. Na verhuizing van Meesters moest dat noodgedwongen worden opgeslagen in de kelder van het Beatrixgebouw. De voormalige cichoreifabriek en het postkantoor kwamen voorbij, maar zonder financiële medewerking van de gemeente was dat niet haalbaar.
Toen kwam de Trefkoele in beeld die na renovatie en verbouwing als een Kultuurhus moest functioneren en daarin vond men dat de Historische Kring ook moest worden gehuisvest.
Weer volgden gesprekken. Gevolg dat de Historische Kring Dalfsen
sinds 1 september 2014 in de Trefkoele+ is gehuisvest in een fraai infocentrum. Door Ab Goutbeek op 2 december vorig jaar als 80ste verjaardagcadeau onthuld nu als Historisch Centrum Ab Goutbeek, als dank voor zijn geweldige inbreng, kennis en inzet.
Bezoekende collega's in de provincie kijken er met volle bewondering naar.
De museale activiteiten worden verzorgd door onze collega's Ni'jluusn van vrogger in Nieuwleusen in de Palthehof. Dit is ook overeenkomstig de nieuwe cultuurnota van de Gemeente. De opdracht aan de beide historische verenigingen is verwoord in het project het DNA van Dalfsen dat de komende 4 jaar gestalte moet krijgen.
De Historische Kring Dalfsen is niet meer weg te denken en ik heb het een voorrecht gevonden daar 15 jaar aan mee te mogen werken. Ik verheug mij er ook op dat m.i. een goede kandidaat-opvolger is gevonden in de persoon van Jan Sibelt. Jan, geboren in Lemelerveld en sinds 1979 woonachtig in Dalfsen, is al jaren actief als lid van de redactie van de periodiek van de Historische Kring Rondom Dalfsen en tevens coördinator van de Werkgroep "Dalser" dialect en  …...Jan kan nog 15 jaar mee voordat de 8 kruisjes in zicht komen.
Op de jaarvergadering van 29 januari a.s. kan dit definitief worden, tevens zal er dan zeker ook bij stil gestaan worden dat de Historische Kring Dalfsen op 27 januari 2018 30 jaar bestond.

Hans de Boer.





Rondom Dalfsen nr 91  december 2017      

Het Wapen van Teusink in Rondom Dalfsen

Terwijl mensen tegenwoordig zich buitenshuis op een heleboel plaatsen kunnen vermaken waren de mogelijkheden daartoe in pakweg de vijftiger jaren maar heel beperkt. Het begrip Kulturhus was in Nederland nog niet uitgevonden. Toch had elk beetje dorp wel een gelegenheid, een zaal, plek waar verenigingen oefenden, uitvoeringen werden gegeven, werd vergaderd, verkeringen ontstonden, kattenkwaad werd uitgehaald en werd getapt. Zo ook in Dalfsen. Dat blijkt uit het nieuwe nummer van Rondom Dalfsen.
Op de hoek van de Ruitenborghstraat en de Schoolstraat staat nu een wooncomplex. Tot voor een paar jaar stond daar het café Het Wapen van Dalfsen. Daarvóór was deze zaak genoemd  naar de eigenaar: de familie Teusink. De familiegeschiedenis en het ontstaan van het pand worden uitvoering beschreven. Het begon klein en werd allengs uitgebreid met een zaaltje, een biljart en een provisorisch toneel. Zang- en toneelverenigingen repeteerden er en gaven er uitvoeringen. Jaarlijkse hoogtepunten voor veel mensen. Bruiloften waren er. De gymnastiekvereniging Sport Staalt Spieren was er vaste gast. Heel veel vergaderingen en bijeenkomsten van allerlei groeperingen. En er werd geschonken. Later was zelfs te merken dat Rosengaerde op loopafstand lag. Wat een tijd. Om over het halen van patat en ijsjes maar niet te spreken.
Spreken deed Dieks Meulman wel tegenover de RD. En hij heeft te vertellen gezien de lengte van het artikel dat aan hem gewijd is. Over de Marshoek (waar hij al meer dan 90 jaar woont), zijn familie, over het rotmeesterschap, over de oorlog, over de Kippenschure en over de veranderingen in het boerenbedrijf. Dat laatste onderwerp kennen wij allemaal. Maar wie weet nog dat er een treinhalte in de Marshoek was, dat er met fosforbommen boerderijen in de brand werden geschoten en dat koeienkadavers  in bomkraters naast het spoor werden begraven. Dieks wel. Hij moest al vroeg zijn mannetje staan als katholieke jongen in een verzuilde omgeving. Kinderen konden hard zijn tegenover elkaar. En eenmaal boer werden ze de beste buren van elkaar.
De verzuiling tussen geloofsrichtingen blijkt ook uit de moeizame totstandkoming van een christelijke school in Lemelerveld. Hervormden en gereformeerden hadden verschillende denkbeelden over de wenselijkheid van een School met den Bijbel. Uiteindelijk kwam het in 1919 toch nog goed met de  school, die tegenwoordig De Regenboog heet.
Vandaag de dag is er veel te doen over openstelling van winkels. Dat was 100 jaar geleden anders. In een advertentie in een ODC uit 1917 delen de Dalfser winkeliers doodleuk mee dat alle winkels alle doordeweekse dagen om 9 uur ’s avonds sluiten. Op zaterdag dus nog langer open. Dat noemen wij nu klantgerichtheid. In diezelfde krant werd aangekondigd dat een aftandsch merriepaard publiek te koop werd aangeboden. Kom daar nu eens om.
Wie het nummer niet thuiskrijgt kan het beste lid worden van de HKD. Of een los nummer kopen bij The Readshop, bij Primera of bij de 50-jarige Wennemars in Oudleusen. Goed leesvoer voor Prettige Kerstdagen!
 
Namens de redactie, Jan Sibelt.




Dalfser Monumenten  1 november 2017

Bloemendalstraat 16 en 20.

In deze column van de Historische Kring Dalfsen aandacht voor twee  panden die staan afgebeeld in de uitgave Dalfser Monumenten. De foto’s zijn van Johan Goutbeek en de schrijver is Jan van Lenteren.
Bloemendalstraat 16: Een van de meest trotse panden van Dalfsen is het postkantoor, gebouwd in 1908 en ontworpen door architect C.H. Peters.  Medio de jaren '80 gingen er geruchten dat de PTT het wilde afbreken om plaats te maken voor een modern kantoor. Het gemeentebestuur plaatste het pand toen als de weerlicht op de monumentenlijst. Het postkantoor is een studie waard. Let eens op al die details: geglazuurde pannen, natuurstenen banden, siermetselwerk in de boogvelden, de afwerking van de goten en de sierlijke dakkapellen. Het gebouw is eigenlijk het kleine zusje van het Hoofdpostkantoor in de Amsterdamse Spuistraat dat ook door Peters werd ontworpen. Ook het Ommer postkantoor is zijn ontwerp, maar dat is kleiner dan dat van Dalfsen. Vroeger stond er een parmantig  torentje bovenop het dak maar dat is rond 1935 verdwenen. Niemand weet waarom.
Inmiddels is het pand verkocht en komen er appartementen in.
Naar verwachting zal met de bouw hiervan in 2018 worden gestart.
 





Bloemendalstraat 20: Niemand zal er van opkijken dat dit huis van de dominee is. Toen het gebouw in 1880 werd gebouwd was de predikant  één van de notabelen van het dorp. Dat is te zien: het rijzige huis met z’n afgeplatte schilddak en zeer voorname entree met afgeronde hoeken die net als de ramen van uitgemetselde rollagen zijn voorzien.
De pastorie is omgeven door een ijzeren sierhek, verderop door een voor het dorp kenmerkende beukenhaag. Let trouwens ook op de geweldige boom voor het huis. Ook die boom is een monument.
Sinds juni 2012 is ’t Huis De Pastorie in gebruik als Hospice.

Jan Rosink,  werkgroep Foto- en beeldmateriaal HKD








Over het einde in Rondom Dalfsen 90   20 september 2017
 
Het is ongetwijfeld toeval dat het septembernummer van Rondom Dalfsen begint met een overzicht door Hans Veluwenkamp van de historie van het woonzorgcentrum Rosengaerde en eindigt met een uitleg door Ab Goutbeek van de indeling en de bijzondere graven op de Algemene Begraafplaats aan de Ruitenborghstraat.
Uit het Rosengaerde artikel blijkt dat het collectief zorgen voor en huisvesten van oudere mensen, minder mobiele en/of minder bedeelden in Dalfsen een lange geschiedenis kent. Ooit is zelfs de Grutte Moole in gebruik geweest als armenhuis voor zogenaamde bestedelingen. Dat waren toen niet alleen ouderen. Later werd het wel een oude mannen- en oude vrouwenhuis. In 1962 startte de bouw van Rosengaerde. Het ging daar in het begin anders aan toe dan heden ten dage. Er waren mensen die beslist alleen maar pompwater wilden, mensen die vasthielden aan klederdracht, standsverschillen die tot verschil in behandeling leidden, van alles kwam voor volgens Joke Wesselink. Het anders denken over de zorg komt ook tot uitdrukking in de terminologie die in de loop van de tijd is gebruikt voor de voorzieningen: van armenhuis, oude mannenhuis, tehuis voor ouden van dagen, bejaardenhuis tot woonzorgcomplex.
Complex is de geschiedenis van het volleyballen in Dalfsen niet. Het begon met wat groepjes die tegen elkaar speelden, oefenen in de hal van de Boerenbond of in de melkfabriek en zo, en het resultaat is een bloeiende vereniging Dalvo, een recreanten vereniging HandsUp en een groot en traditioneel zomeravondtoernooi. Medewerkers van de gemeente Dalfsen speelden in het begin een belangrijke rol.
De gemeente Dalfsen heeft zich ook intensief bemoeid met de stichting van een openbare school in Dalmsholte/Doktersbrug nabij de brug over het Overijssels kanaal bij het Weerdhuis. De oudste school van Lemelerveld en omstreken. Dat blijkt uit een vervolgartikel over verdwenen of verlaten scholen in Lemelerveld. De onderwijs methoden en de positie van de onderwijzer zijn drastisch veranderd. Een forse corrigerende tik was destijds heel normaal. Thuis waren de ouders de baas, op school de meester. Belabberde huisvesting, naar hedendaagse maatstaven, was ook heel gewoon. Een enorme kolenkachel midden in de klas was heel gewoon zoals een fraaie foto uit een vijftiger jaren klas van meester Metselaar bewijst.
Ook is er aandacht voor de niet meer in gebruik zijnde openbare school op de hoek van de Dalmsholterweg en de Dalmsholterdijk.
De Rondom Dalfsen – gratis voor leden – is verkrijgbaar in het Historisch Centrum, bij Primera Jansen en The Readshop in Dalfsen en bij supermarkt Wennemars in Oudleusen.
 
Jan Sibelt, namens de redactie van Rondom Dalfsen

Trein stopt voor "slepkoare"   9 augustus 2017

In het magazine "Rondom Dalfsen" van mei 2003, dat wordt uitgegeven door de Historische Kring Dalfsen, staat onderstaande anekdote. De auteur is Henk van der Beeke.

Het gebeurde in de Marshoek in de jaren vijftig. Landbouwer Hendrik Jan van der Beeke was op weg met een "slepkoare" vol geladen met "kalizolt".
Hij was van plan kunstmest te gaan strooien. Met dit doel voor ogen was hij met de "broene" het koeland doorgegaan en de Herfterweg (die toen in de volksmond de Zwolsche weg werd genoemd) overgestoken. Bij het "tippie" moest hij de spoorlijn passeren om in het "guste biestenland" te komen. Toen voltrok zich een klein drama. Midden op de spoorwegovergang, precies op de rails, brak een achterrad van de "slepkoare" en daar lag het "zaakie". Dat was ook wat. Er kon zo een goederentrein uit de richting Zwolle komen. Goede raad was duur. De "broene" werd zo snel mogelijk "uutespant" en aan een "hekkepost" vastgebonden. Vervolgens zette Hendrik Jan het op een lopen langs de spoorlijn richting Zwolle. In de "veerte" zag hij de trein al aankomen, hij haalde een rode zakdoek uit zijn broekzak en begon daarmee te zwaaien. De machinist begreep het teken van het kleine "keerltien" en remde uit alle macht. Piepend kwam de trein vlak voor de kapotte "slepkoare" tot stilstand. De machinist en Hendrik Jan hebben samen de "kalizolt" en de "slepkoare" van de rails verwijderd. Ze feliciteerden elkaar met de goede afloop. Er werd verder niet meer over gesproken en de machinist ging verder met zijn trein richting Dalfsen.

Jan Rosink   Werkgroep Foto- en beeldmateriaal




Antiek  12 juli 2017

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van januari 1910 stond een advertentie van notaris Seidel te Dalfsen. Het ging om een publieke verkoop van "de geheele Boerenvoortvaring" in het sterfhuis van de Wed. W. Goos te Oudleusen. Dat was, zoals een verre nazaat mij verzekerde, om 'de boel uut mekare te maken'. Dat het niet om de inboedel van een keuterboerderijtje gaat is snel duidelijk als je de lijst doorneemt. Naast het gebruikelijke vee, koeien, paarden, schapen, varkens en kippen is er ook veel landbouwgereedschap, wagens en karren te koop. Maar ook een 'plezierkar' en een slede. Wat zou een plezierkar geweest zijn? Een soort koetsje? Nee, geen kleedwagen want die was bij de andere wagens al genoemd. Ging men met zo’n plezierkar soms gezellig een tochtje maken net als nu de jaarlijkse busreis van Plaatselijk Belang? Het woord plezier doet in ieder geval niet denken aan nuttig, dagelijks gebruik. En een slede, was dat een zelfgemaakte slee voor de kleintjes? Of misschien een arrenslee, die door paarden werd getrokken met Jingle bells erbij. Het roept veel vragen op als je zo’n lijst doorneemt. Wat is een beste koekenmolen en wat zijn boombeitels? Maar mijn fantasie sloeg helemaal op hol bij de dikgedrukte letters onder aan de advertentie. Daar werden speciaal genoemd: een antieke vuurplaat en twee antieke zandsteenen schoorsteenpilasters. Wilde de notaris daar antiekhandelaren op attent maken? Er staat wel een N.B. onder. 'Onbekende koopers moeten bewijzen van gegoedheid afgeven door den notaris hunner woonplaats'. Zo zie je maar, onbekend maakt onbemind. Wat moet ik me voorstellen bij zandsteenen schoorsteenpilasters? Dezelfde die je zag bij de schouw in deftige huizen of in een stadhuis of landgoed? Geen gewone schouw met borden op de rand maar een schouw ondersteund door zandstenen pilasters. Hoe zouden die hier zijn  gekomen? Via een verkoop elders uit een rijke boedel of zouden ze gewoon in Bad Bentheim besteld zijn en via een schip in het haventje van Oudleusen zijn aangeland. Veel om over te fantaseren. Maar vooral, waar zijn ze gebleven? Daar komen we, denk ik, nooit achter. Geeft niet. Het was een geheele boerenvoortvaring uit Oudleusen met een beetje luxe erbij.

Willie van Oenen    Historische werkgroep Oudleusen






De werkgroep “Dalser Dialect” van de Historische Kring Dalfsen verzamelt oude Dalfser liedjes, versjes en beschrijving van kinderspelletjes. Het onderstaande is er een voorbeeld van. Wie weet er nog meer van dit soort typische versjes en spelletjes uit het verleden? Stuur ze naar jansibelt@sallandxs.net
 
 
’n Oald spöllegie   13 juni 2017
 
’t Is in de joaren 1945 – 1950. Ik was toen ongeveer 10 joar.
’t Was elke dag spöll’n met oen vriendties uut de buurte. Wi’j dachen elke dag wat aans uut, zoas huttenbouw’n van takk’n, oarloggie spöll’n, schuttersputties en kazematt’n graam’m, vogelnössies uuthaal’n, jonge toor’n kraai’n tam maak’n, vuurtie stokker’n beumpie klim’m en sleutie spring’n.
Op ’n dag was mien vrientie Jan Posthuma joarig en doarveur wódd’n wi’j uut eneudigd. Jan zien moe bedach toen ’n spöllegie.
Wi’j moss’n allemoale um de grote toafel midd’n in de kaemer goan zitt’n. Zi’j pakk’n ’n lang touw, woarvan wi’j ien ende kreeg’n, wat wi’j deur moss’n geem’m an de buurman tut det ‘t hele touw um de toafel hen op oonze schoot lag. De twie’j enden wödd’n an mekaere eknupt.
Op de toafel wódd’n ’n schale met snuupies neer’ezet. Moe Posthuma hef oons toen ’n vässie eleerd van:
     “Jan brandt de lamp aan,
     Moeder haalt de liere
     Abraham zit er met de meid bij ’t vuur”
Det mosse wi’j ’n paar keer hädop zing’n en teeglieke ’t touw wat op de knie’n lag antrekk’n en deurgeem’m.
Wanneer ’t liedtie uut was en bi’j ’t läste weurtie “vuur” de knup van ’t touw in oew vingers was dan moch iej ’n snuupie uut de schale pakk’n. Ieder keer wódd’n het liedtie opni’j ezöng’n mar ok steeds vlugger. En d’r wódd’n steeds hádder an ’t touw etrökk’n. Ok wódd’n de knup opzettelijk lange vaste ehoald’n um de knup mar in de vingers te hebb’n bi’j ’t weurtie “vuur”.
Ok wödd’n de läste regel wè langer an’ehoald’n tot “VUUUUUUUUUUUUUUUR” um die knup mar in de vingers te kreig’n.
En det gung net zo lange deur tot det de schale met snuupies leug was.
 
Ab Goutbeek
Werkgroep Dalfser Dialect



Bezoek Trevor Jolliffe aan Dalfsen.  10 mei 2017
 
In de afgelopen week brachten Trevor en Sheila Jolliffe weer een bezoek aan Dalfsen. Zij deden dit in verband met Dodenherdenking op 4 mei.
De vader van Trevor, Charles Benjamin Jolliffe is op 20 oktober 1943 verongelukt samen met 5 andere bemanningsleden toen de Lancaster bommenwerper waarin ze zaten, neerkwam in Oudleusen.
Omgekomen zijn Flying Oficer J.W. Leitch (Captain), Flight Lieutenant A.G. Macleod (Navigator), Sergeant J. Hardy (Wireless Operator), Flight Sergeant C.B. Jolliffe DFM (Observator en Airbomber), Flight Sergeant F.E. Noble (Mid Upper Gunner) en Flight Sergeant F. Simmonds (Rear Gunner).  
Sergeant J. Lashford (Engineer) overleefde de crash.
Omstreeks 22:30 uur stortte de Lancaster neer nabij de boerderij van Hoekman aan het begin van de Muldersstraat. De groepscommandant van de marechaussee in Dalfsen schrijft in zijn rapport dat "het toestel totaal uit elkaar geslagen is" en dat "een fel brandende motor een gat van ongeveer 2 bij 2 meter sloeg in de muur van de deel". Door snel en krachtig ingrijpen van Hoekman kon het vee worden gered en de brand worden geblust.
Een bemanningslid overleefde de crash. Hij was tijdig met een parachute afgesprongen en werd krijgsgevangene gemaakt.
In 1950 bezocht Trevor met zijn moeder voor het eerst het graf van zijn vader en haar man op de begraafplaats. De moeder van Trevor is inmiddels overleden. Samen met zijn vrouw is Trevor bij de herdenking op de begraafplaats en bij het monument in Oudleusen op 4 mei aanwezig.
Op 5 mei heeft Trevor een wandschildering onthuld met daarop de Lancaster MG U/ JA907 in het Museum van Spijkerman aan de Hessenweg in Dalfsen.
 
Werkgroep Documentatie '39-'45,  Henk Makkinga.

 


Veel vuur in Rondom Dalfsen 89  april 2017

De nieuwste aflevering van Rondom Dalfsen is een vurige. Vuur dat geblust moest worden door de brandweer en vuur dat werd aangestoken om houtskool te maken. Dat de geschiedenis van de Dalfser brandweer echt bij de historie van Dalfsen behoort staat als een paal boven (blus)water.
Deze vrijwilligersorganisatie is namelijk al 225 jaar oud. En zij is zeker nog niet uitgeblust. Ook al worden in het artikel verhalen en anekdotes aangehaald die verteld zijn door zogenaamde uitgebluste oud-brandweerlieden, die echter allemaal nog volop in het leven blijken te staan. Brand blussen begon ooit met het doorgeven van emmertjes – gevuld met water en weer leeg terug -  door mannen, vrouwen en kinderen. Vervolgens kwam de eerste spuit, handbediend,  en daarna sloeg de mechanisatie en de elektrificatie van van alles en nog wat toe. Toen het water nog niet in de achterbak van de auto kon worden opgeslagen moest het bij sloten en kolken vandaan worden gehaald. Sommige van die gaten, brandkolken, zijn heel bekend geworden. In Dalfsen is er zelfs een straat naar genoemd. Maar laten wij wel wezen: als wij in Dalfsen de bekende sirenes horen (is het ambulance of is het de brandweer is dan meestal de eerste vraag), dan denken wij eerder aan een ongeluk dan aan een brand. Ongelukken zijn er vaak, soms zelfs heel groot, zoals in 1973 op de Hessenweg. De hand van een bekende Dalfsenaar laat tot op de dag van vandaag de gevolgen daarvan zien. Ondanks alle technische ontwikkelingen blijft brandweerwerk heel veel mensenwerk. Dat is ook het vuurtje stoken ten behoeve van het maken van houtskool. Gecontroleerd laten branden. Dat deden drie generaties De Graaf met Gerrit (plaatselijk bekend als Gait) als aanstichter. Hij maakte op latere leeftijd een carrièreswitch (zo heette dat toen nog niet), want hij was eerst schipper.
De procesbeschrijving en de fotoreeks laten zien dat het om echt vakwerk ging. Onder de naam GRADA (geen familie van Bruggeman) werd de houtskool op de markt gebracht.
Fraaie foto’s zijn in het blad ook te bewonderen in het vervolgartikel over het schoolvoetbal. Veruit de belangrijkste ontwikkeling in het latere verloop daarvan was dat de meisjes hun aandeel opeisten en er een volwaardig toernooi voor hen werd georganiseerd, door met name de vier aangesloten voetbalverenigingen. Waarin met net zoveel vuur werd gespeeld als bij de jongens.
Stond in de vorige Rondom Dalfsen een artikel over de lusthof Mataram, in deze Rondom Dalfsen wordt uit de doeken gedaan waar de naam Mataram vandaan komt. Van het eiland Java, maar dat kon u wellicht al raden. Zo niet, des te meer reden om het blad ter hand te nemen en het van a tot z te lezen!
Namens de redactie, Jan Sibelt


Over Ons


Agenda jaarvergadering 29 januari 2018
Het bestuur
Jaarverslag
Notulen jaarvergadering
Doelstellingen en Beleidsplan
Balans en baten/lasten
ANBI
HKD 25 jaar

Rondom Dalfsen



Werkgroepen


Boerderij- en veldnamenonderzoek
'Dalser' dialect
Digitalisering
Documentatie '39-'45
Documentatie Dalfsen
Archeologie
Foto- en beeldmateriaal
Genealogie
Historische Werkgroep Hoonhorst
Historische Werkgroep Lemelerveld
Historische Werkgroep Oudleusen
Open Monumentendag
Coordinatieteam

Archieven/Collecties


Bibliotheek
Inventaris HKD
Uit het verleden van Dalfsen
Acten van Naamsaanneming
D.T.B.-registers voor 1812
Grafzerken
Topografische kaarten

Nieuws


Bulletin
Columns Dalfser Courant
Archeologie 2
Archeologie 1
Boerderijen in Salland

Links


Cultuur Historie Kunst.

Contact



English



Fotoalbums



Sponsoren


Sponsoren

DNA van Dalfsen


Projectplan
Kapstok